Regionale impactnetwerken uit het hele land kwamen samen bij Tuincentrum Steck in Utrecht om ervaringen uit te wisselen, van elkaar te leren en een plan te maken hoe ze op een concrete manier economische én maatschappelijke doelen landelijk en lokaal kunnen realiseren. Deelnemers kwamen uit Nijmegen, Rotterdam, Haarlem, Utrecht, Den Haag, Breda en de regio’s Twente en de Achterhoek en Noord Nederland, allemaal met één gedeelde overtuiging: je hoeft het wiel niet steeds opnieuw uit te vinden. Wat elders al werkt, kun je afkijken, aanpassen en opnieuw laten renderen in je eigen regio.
Die insteek is precies waar deze Community of Practice voor bedoeld is. Regio’s die zelf bouwen aan impactcoalities lopen tegen vergelijkbare vraagstukken aan, maar vinden zelden de tijd om structureel van elkaar te leren. Door elkaar twee keer per jaar op te zoeken en uit te wisselen blijven we van elkaar leren en bouwen we samen aan sterke impact communities.
Na de vaststelling van de coalitieakkoorden voor 2026–2030 stond tijdens deze bijeenkomst de vraag centraal hoe impactondernemen de komende vier jaar steviger verankerd kan worden in lokaal en regionaal beleid en welke werkende aanpakken daarvoor al ergens klaarliggen om over te nemen.
Samen borgen wat werkt
Een terugkerend thema was de behoefte aan duurzame borging: niet via losse projecten, maar met meerjarige financiering, heldere governance en continuïteit, ook als bestuurders of politieke prioriteiten wisselen. Juist op dit punt bleek de meerwaarde van de community: regio’s die al een werkende governancestructuur hebben opgezet, konden die direct delen met regio’s die nog zoeken.
Omdat impactondernemen raakt aan economie, werk en inkomen, duurzaamheid, onderwijs, inkoop en financiering, vraagt de praktijk om samenwerking tussen gemeentelijke domeinen én met ondernemers, kennisinstellingen en financiers. Een helder en aansprekend verhaal over impactondernemen is daarbij onmisbaar, een verhaal dat aansluit bij de eigen opgaven en belangen van beleidsmakers, inkopers, ondernemers, financiers en kennisinstellingen. Ook hier geldt: verschillende regio’s experimenteren met hun eigen versie van dat verhaal, en het uitwisselen van wat wel en niet aanslaat scheelt iedereen tijd.
Het brede MKB bereiken
Een gedeelde ambitie is het bereiken van het brede MKB, niet alleen de ondernemingen die zichzelf al als impactonderneming zien, maar ook bestaande bedrijven die stappen kunnen zetten op thema’s als circulariteit, inclusie, energietransitie en goed werkgeverschap. Een praktische aanpak werkt daarbij beter dan een abstracte boodschap: aansluiten bij bestaande ondernemersnetwerken, herkenbare voorbeelden delen en impact koppelen aan ondernemerschapskansen en winstgevendheid.
Gemeenten kunnen hierin actief sturen als opdrachtgever en inkoper: maatschappelijke waarde meewegen in aanbestedingen, sociaal inkopen en resultaatfinanciering zijn concrete manieren om ruimte te maken voor impactondernemers. Dat vraagt wel om intern draagvlak, zodat het niet bij losse pilots blijft maar onderdeel wordt van de dagelijkse praktijk. Ook dit zijn interventies die in de ene regio al verder zijn uitgekristalliseerd dan in de andere en dus bij uitstek geschikt om af te kijken.
Ruimte voor experimenteren
Tot slot ging het over de noodzaak om experimenten mogelijk te maken. Veel initiatieven bewijzen hun maatschappelijke waarde pas achteraf, terwijl publieke financiering vaak vooraf zekerheid vraagt. Regionale impactfondsen, samenwerking met lokale vermogensfondsen en financieringsvormen die maatschappelijke resultaten belonen, kunnen helpen die ruimte te creëren.
Het Social Impact Fonds (SIF) kwam naar voren als een belangrijke aanvulling op de bestaande regionale infrastructuur. Het fonds kan ruimte bieden voor financiering van impactondernemingen en experimenten die nog niet binnen reguliere gemeentelijke budgetten of financieringsvoorwaarden passen. De ambitie is niet om naast bestaande partijen een los instrument te zetten, maar om als stevig verbindend onderdeel van het ecosysteem te functioneren nog een voorbeeld van een aanpak die zich leent om door meerdere regio’s samen te worden opgepakt.
De rode draad: herbruikbaar maken wat elders al werkt
Er is veel kennis, ervaring en energie beschikbaar in de regio’s. De opgave is niet om die steeds opnieuw uit te vinden, maar om werkende programma’s, pilots en verhalen tussen regio’s herbruikbaar te maken. Zo kunnen lokale impactcoalities sneller bouwen op wat elders al is geleerd, de kunst van het afkijken, toegepast op regionale samenwerking.
We sloten af met een inspiratietour bij Steck, geleid door oprichter Bob Scherrenberg, langs initiatieven als Voedseltuin Overvecht, Kwekerij Stekkers, Pluktuin Glitter & Violen, De Gagelgaard en Oscar Circulair — en zijn ambitie om het terrein verder te ontwikkelen tot een broedplaats met hotel, waar ondernemerschap, natuur en maatschappelijke initiatieven samenkomen.
De volgende bijeenkomst is ingepland in februari 2027 in Nijmegen. Ben jij actief binnen een lokaal of regionaal impactnetwerk? Neem dan contact met ons op om betrokken te worden bij deze bijeenkomsten.
Deelnemers van de Community of Practice bijeenkomst.
Jenny den Hertog – Social Club Den Haag (Den Haag)
Gerko Dwarshuis – Impact Noord (Groningen, Friesland en Drenthe)
Jesse Terpstra – Voor Goed // Aanjagers van sociaal ondernemerschap (Rotterdam)
André Brasser – Stichting Stadsgarage (Haarlem)
Yana Mechielsen & Jan van Veelen – impact030 (Utrecht)
Marte Di Prima – ROZ Ondernemerspunt (Twente en de Achterhoek)
Tess Janssen – IMPACT024 (Nijmegen)
Leonoor Krijnen – Gemeente Breda
Marie-José Dilweg – Gemeente Nijmegen
Laura Vogel – Gemeente Utrecht
Raoul Becher – Starters.eco
